Ook de geit moet mee met de bus.
|
Onderweg stoppen we in Soma. Een stoffig stadje langs de grote weg naar het oosten.
|
Van alles komt langs rijden. Van een bus tot ezelskarren.
|
We lunchen in een lokaal restaurantje.
|
Verkochte kledingstof wordt uitgerold op straat, afgemeten en dan afgeknipt.
|
Simpel maar effectief.
|
De hut bij de ouders van Simon, waar we een nachtje zullen slapen.
|
Familieleden van Simon doen huishoudelijk werk.
|
Links de hut van Simon's moeder, rechts de hut van zijn vader.
|
Ons transport staat klaar.
|
Ans vindt dat de ezel wel een kriebel heeft verdiend.
|
Alle vervoer in de wijde omgeving gaat met ezelskarren.
|
Kinderen hebben hout gesprokkeld.
|
Deze paal geeft de grens aan tussen Gambia en Senegal.
|
De ezel heeft het zwaar.
|
We bereiken een klein Senegalees dorpje.
|
De tijd heeft hier stil gestaan.
|
Afrikaans tafereel.
|
Deze jongen werkt met zijn ezel bij de waterput van het dorp.
|
Van grote diepte wordt water naar boven gehaald.
|
De waterput ligt buiten het dorpje.
|
Het gehele dorp is afhankelijk van die ene put.
|
Dit kind is met weinig tevreden om te spelen.
|
Afrikaans tafereel.
|
Binnen de omheining van het dorpje.
|
We zien vrijwel alleen vrouwen en kinderen.
|
De mannen werken in de pindateelt en gebruiken daarvoor paard en wagen.
|
Ezeltje loopt los door het dorp.
|
Big smile.
|
Onderweg wilde dit meisje even voor ons poseren.
|
We passeren nog een klein dorpje.
|
Rond de dorpjes is het ongerepte natuur.
|
Simon bij de hoogste termietenheuvel van Gambia.
|
Gert neemt de foto.
|
Die avond eten we met z'n allen uit één schaal.
|
Onder het muiskietennet zit meer ongedierte als daarbuiten.
|
Wassen gebeurt buiten.
|
De linkerhoek is het toilet, de rechterhoek is de washoek waar je dus ook je tanden poetst.
|
De stank buiten komt van de buren, een paar ezels die in hun eigen mest staan.
|
Echt hygiënisch is het wassen en tandenpoetsen niet.
|
Dark Chanting Goshawk.
|
We maken die ochtend een wandeling door de velden achter Dongoro Ba, het dorpje waar we verblijven.
|
Bearded Barbet. De zwartbandbaardvogel.
|
De pindateelt brengt veel werk met zich mee. Zelfs na de oogst zijn de mannen nog druk.
|
Een paar neefjes en nichtjes van Simon.
|
Op een klein vuurtje wordt door Simon koffie voor ons gezet.
|
Nieuwsgierig kijken de kinderen naar hun eigen foto op de camera.
|
Als de koffie klaar is worden er twee eitjes voor ons gekookt op het pitje.
|
Village Indigobird (staalvink) mannetje.
|
Een geit komt nieuwsgierig onze hut in lopen.
|
Voor onze lollies komen ineens overal kinderen vandaan.
|
Laughing Dove (palmtortel).
|
De grens van het dorpje Dongoro Ba.
|
Bij Pakali Ba steken we via een nieuwe brug een riviertje over. Geiten nemen nog de oude brug.
|
Overal loopt het vee gewoon op de weg. En nergens een eigenaar te zien.
|
We stoppen weer even bij een klein dorpje.
|
Ook hier komt het water nog uit een gemeenschappelijke waterput
|
Een compound is de benaming voor een omheind groepje hutten.
|
Ans wil wel even helpen met water uit de put naar boven halen.
|
Het halve dorp komt kijken. Wij zijn de bezienswaardigheid.
|
Als we stukjes zeep uitdelen loopt het hele dorp leeg.
|
Baobab boom.
|
Ilaji, onze chauffeur op de motorkap van zijn auto.
|
Kameleon.
|
We zijn te gast in de compound van een grote familie die leeft van leer- en metaalbewerking.
|
Kinderen zijn gewend mee te helpen in het huishouden.
|
Een vrouw zoekt pinda's uit.
|
"Ik heb mijn wagen, volgeladen, vol met . . . . . . "
|
Het wachten is op Simon.
|
Typisch straatbeeld.
|
En overal zie je ezelskarren.
|
We pauzeren even in de schaduw van een grote boom. Meteen komen de kinderen op ons af.
|
De koekjes die Ans uitdeelt zijn welkom.
|
Ook deze vrouw, in traditionele kledij, komt een kijkje nemen.
|
Abyssinian Roller.
|
Bruce's Green Pidgeon, een duif welke we nog niet eerder gezien hebben.
|
Een grote kever kruipt door het droge gras.
|
Vanaf een heuvel kijken we over Bansang.
|
Tussen ons en de stad ligt alleen nog een vuilnisberg.
|
Het vuil ligt tot tussen de huizen.
|
Straatbeeld van Bansang.
|
Bansang ligt aan de Gambia River.
|
Ook hier ligt veel straatvuil.
|
We nemen wat te drinken in een restaurantje met uitzicht over de rivier.
|
Onze kamer met comfortabel bed.
|
We hebben ook een ruime zitkamer.
|
En zelfs een eetkamer.
|
Het pad tussen de verschillende kamers van de lodge.
|
De lodge is mooi aangelegd.
|
Simon maakt voor ons eten klaar.
|
Het schamele ontbijt.
|
Het is wel lekker weer om in de tuin te vertoeven.
|
De volgende ochtend rijden we verder naar Basse waar buiten het haventje niets te beleven is.
|
Een groepje jongens, net besneden, met hun leraar die ze alles van de koran moet leren.
|
De jongetjes hebben pijn, maar onze koekjes maken veel goed.
|
Echt afrika, slecht wegdek, Gambiaanse vrouw en loslopende geiten.
|
De gebruikelijke tegenligger.
|
African Jacana.
|
Gert maakt een foto bij een waterpoel.
|
Met een kleine veerpont, waar zelfs de koeien gewoon meegaan, steken we de rivier over.
|
In JanJanBureh, de voormalige hoofdstad, gaan we naar de noordoever van de Gambia River.
|
Overal is de ezelskar de belangrijkste vorm van transport.
|
Een hamerkop in de vlucht.
|
We lunchen tijdens een boottochtje over de Gambia River van Kuntaur terug naar JanJanBureh.
|
Op de oever zit een paartje Palmgieren in de (palm)boom.
|
We varen langs Baboon Island, en speuren in de struiken naar apen.
|
Ja hoor, we zien chimpansees, die op dit ontoegankelijke eiland teven.
|
Het gehele eiland is een groot rehabilitatiecentrum.
|
Het eiland is verboden toegang, dus de apen hebben geen natuurlijke vijanden.
|
Her en der langs de rivieroever leiden vissers een schamel bestaan.
|
Broad billed roller.
|
Onze reisgenootjes op de boot hadden Hollandse hapjes bij zich.
|
African Fish-Eagle
|
Naast de boot duiken nijlpaarden op uit het water.
|
Personeel van de lodge voert een dans voor ons op. Niet echt fantastisch te noemen.
|
Overal in de lodge lopen Green Vervet Monkeys.
|
Ze zijn brutaal en klimmen zelfs bij je op tafel.
|
Deze jonge aap probeert er met de suikerpot vandoor te gaan.
|
We moeten uitkijken voor al onze spullen. Overal om ons heen zitten apen.
|
Het half open restaurant van de lodge.
|
Ans zwaait onze reisgenootjes van de boottocht uit.
|
Dit is onze slaapplaats voor vannacht.
|
De sleutel van de hut.
|
Dit is de badkamer. Je kun je amper gewoon wassen.
|
Het bed is een betonnen bak met een heel dun matrasje.
|
Toch is er ruimte zat in de hut.
|
We gaan weer terug naar de andere oever. Nu met een klein bootje.
|
Het paard wordt in de rivier gewassen door zijn jonge begeleider.
|
En wat blijkt, we hebben weer dezelfde reisgenootjes op dit korte boottochtje.
|
Een paar minuutjes duurt de oversteek.
|
Onze schipper is een oude man.
|