In de laatste mist staat een purperreiger aan de waterkant.
|
Enkele meeuwen op een waarschuwingsbord.
|
Een grote zilverreiger in jachthouding.
|
De mist trekt op en de zon komt door.
|
Een grote zilverreiger.
|
Twee wilde eenden (vrouwtjes) aan de waterkant.
|
Een paar nijlganzen staan op de oever.
|
Ook hier zitten eenden.
|
Zonnestralen doorbreken de mist die nog op enkele plaatsen hangt.
|
Een knobbelzwaan houdt ons argwanend in de gaten.
|
Een groot aantal grauwe ganzen en Canadese ganzen.
|
Iets heeft ze aan het schrikken gemaakt.
|
Een aantal Canadese ganzen blijft gewoon zitten.
|
In de verte in het water zijn eenden, zwanen, lepelaars en een grote zilverreiger te zien.
|
Ook Schotse Hooglanders leven in de Biesbosch.
|
In een grote kudde liepen ze door het moerasachtige weiland.
|
Een indrukwekkende kop.
|
Een groot aantal lepelaars vliegt van schrik op.
|
Enkele eenden vliegt met de lepelaars mee.
|
In het water staat nog een grote zilverreiger, tussen een groot aantal eenden in.
|
Plotseling komen er een aantal knobbelzwanen overvliegen.
|
Voordat ze in het zicht kwamen was hun vleugelslag al te horen.
|
De Biesbosch, veel water en ongerepte oevers.
|
Een paar Nijlganzen zijn van iets opgeschrikt.
|
Een houtduif in de bomen.
|
Met de boot passeerden we deze fuut.
|
Een jonge fuut met de typerende strepen over kop en hals.
|
Purperreiger in jachthouding.
|
Door onze aanwezigheid stopte ze even met jagen.
|
Even later dook ze weer, zonder resultaat, met de snavel in het water.
|
Toen we te dichtbij kwamen vloog de purperreiger weg.
|
Een geweldig gezicht met die grote vleugelslag.
|
Iets verderop gaat ze haar vleugels staan wassen.
|
Lekker in het zonnetje.
|
Twee kokmeeuwen (rustkleed).
|